Preventie
Bij Tandartsenpraktijk Friedrich wordt er veel aandacht besteed aan het voorkomen van tandheelkundige aandoeningen. Een goede mondhygiëne zorgt niet alleen voor een schoon en fris gebit, maar is ook uiterst belangrijk voor ons welzijn.
Preventie is het voorkomen van tandvleesproblemen en gaatjes in het gebit (cariës). Preventieve maatregelen verschillen per gebitsafwijking. De meest voorkomende gebitsafwijkingen zijn: cariës (tandbederf), gingivitis (ontstoken tandvlees) en tanderosie (oplossen van het tandglazuur). Om deze gebitsafwijkingen te voorkomen, kunt u zich door onze tandartsen, mondzorgkundige en (preventie)assistentes laten adviseren. Zij kunnen u begeleiden, helpen en informeren bij het krijgen (en behouden) van een goede mondverzorging. Er wordt uitgebreid advies gegeven over verschillende vormen van gebitsverzorging, die precies zijn afgestemd op uw individuele problematiek.
De preventieassistent en mondhygiënist zijn allebei bevoegd om taken uit te voeren die daarbij horen, al zijn er enkele verschillen. Kortweg zou je kunnen zeggen dat het werk van de mondhygiënist begint waar het werk van de preventieassistent ophoudt.
Het uitvoeren van een plaquetest, het in kaart brengen van de conditie van het tandvlees, het verwijderen van tandsteen en tandplaque en het aanbrengen van fluoride zijn voorbeeldtaken die zowel de preventieassistente als de mondhygiënist mag uitvoeren.


uitvoeren van een plaquetest
Zelfs bij een intensieve mondhygiëne is het niet altijd mogelijk om alle gebieden van ons gebit en de ruimtes tussen de tanden te reinigen. Dit heeft als gevolg dat bacteriën zich kunnen nestelen en er caries (gaatjes) en tandvleesontstekingen kunnen ontstaan. Een zeer doeltreffend profylactische ingreep is het professioneel reinigen van het gebit. Tijdens het reinigen worden tandaanslag en tandsteen verwijderd. Om uw stralende lach nog lang na de professionele tandreiniging te behouden, worden u tanden gepolijst. Zo krijgen u tanden een aantrekkelijke glans en worden de oppervlakken zo glad dat bacteriën er geruime tijd geen vat op hebben.